Ochtendhumeur

Ochtendhumeur
Geplaatst op: 14 november, 2018

WoestHaar deel 4

1978
Nederlandse Kampioenschappen Zwemmen in het noorden van het land.
Na de eerste wedstrijddag naderen we onze slaapplaats voor de nacht. Onze trainer, een kleine man die ons laat sidderen wanneer hij een keel opzet, loopt met driftige stappen voorop. Hij staat stil voor een kroeg, kijkt naar het papier dat hij in zijn hand heeft en dan naar het huisnummer naast de deur. Zijn gezicht betrekt. ‘Wacht hier.’

Het grote raam van de kroeg is beslagen. Ik stap naar voren en druk mijn neus tegen de ruit. Mijn trainer staat achterin en spreekt met drukke gebaren met de barman.
‘Volgens mij is het hier.’
‘Echt? Lachen!’
Mijn teamgenoten dringen zich voor het raam. De barman wijst naar boven en haalt zijn schouders op. De trainer draait zich om en wij schieten bij het raam vandaan.
In de deuropening gebaart hij dat we moeten volgen.
In de kamer waar ik met drie ploeggenoten moet slapen staat een tweepersoonsbed met aan weerszijde een los opklapbed. Schouder aan schouder staan we voor het voeteneinde, de tassen tegen de buiken gedrukt.
‘Jemig, je kunt je kont niet keren.’
We proesten het uit. Wat een slechte slaapplek is dit. We halen de natte handdoeken en badjassen uit onze tassen en hangen ze zo goed en kwaad het gaat op. Dan ploffen we op de bedden. De chloorlucht uit onze sportkleding verdringt langzaam de muffe geur die in de kamer hing. Het kan de pret niet drukken. Het is eigenlijk wel knus zo, met z’n viertjes.
Om een uur of elf worden we tot stilte gemaand door een harde bons op de deur. ‘Denk aan de wedstijd van morgen. Ik wil medailles zien!’
We kruipen nog wat dieper onder de dekens en fluisteren verder.
Om een uur of twee schiet ik omhoog. Even weet ik niet waar ik ben. Blauw en rood neonlicht probeert door het beslagen raam naar binnen te dringen. Wat een gezellige buurtkroeg leek is niet meer. De vloer trilt mee op de beat van de Pointer Sisters.
‘Fire’
Toem tedede Toem
‘Fire’
Mijn vriendinnen zijn ook wakker en luidkeels brullen we mee.
‘But you know I’m a Liar
Toem tedede Toem
‘Cause when we kiss, ooh, fire’
Toem tedede Toem
De barman is fan. Tot diep in de nacht:
Toem tedede Toem
‘I’m ridin’ in your car'
Vroeg in de ochtend een bons op de deur. Ik krijg mijn ogen amper open. Als ik aan het koude water in het zwembad denk, gaat er een huivering door me heen. Mijn hoofd is zwaar en mijn humeur ver onder nul. Mijn vriendinnen kakelen aan een stuk. Ik kan geen kant op. Ik pak mijn sok, maar die wordt met een ruk uit mijn handen getrokken.
‘Die is van mij!’
Ik reageer met een grom.

1985
Na een geweldige nacht word ik wakker en kijk ik in de ogen van een leuke man. Hij ligt op zijn zij en bestudeert me grondig. ‘Goedemorgen.’ Zijn stem is laag en klinkt zwoel.
Ik grom.
‘Oei,’ zegt hij en springt uit bed, ‘Eerst een ontbijtje, geloof ik.’

1995
Ik ben in de keuken en vul de broodtrommeltjes als mijn zoon naast me komt staan. Hij wordt groot. Zijn neus is al ter hoogte van het aanrecht. Op zijn hoofd zit een vogelnestje dat door het slapen in zijn blonde haren is ontstaan. Hij gromt.
‘Wat?’
Weer een grom. ‘Ik heb geen sokken!’
Mijn hemel, ik hoop niet dat hij nou net díe eigenschap van mij heeft meegekregen.

1998
Aan de telefoon is de vertegenwoordiger waarmee ik de laatste tijd veel contact heb gehad. Onze afdeling krijgt binnenkort nieuwe medische apparatuur die we uitgebreid getest en uiteindelijk besteld hebben. We hebben een datum voor de implementatie gevonden.
‘Kom je meteen om half acht?’
'Het wordt stil aan de andere kant van de lijn.
‘Lukt dat niet?’
‘Ehh,’ zegt de man, ‘Liever wat later.’
‘Vroeg zijn er nog geen files.’
‘Nee, maar dan heb jij nog geen koffie op!’ Zijn lach is aanstekelijk.
Ik ben blij dat hij de rode kleur die vanuit mijn hals naar mijn wangen stijgt niet ziet.

1999
Gelukkig, de kleedkamer is leeg. Snel trek ik mijn OK-pak aan. Manlief had de auto zonder benzine achtergelaten en nu mis ik mijn eerste kop koffie in stilte. Ik spoed me door de lege gang naar de koffiekamer. Als ik de deur open word ik omarmd door enorme herrie. Het is bomvol. Aan iedere tafel wordt druk gepraat en gelachen. Ik steven op het koffieapparaat af.
‘Goedemorgen, Riek!’ WoestHaar schreeuwt me vanaf de andere kant van de ruimte toe.
Ik grom en richt me op de beker die zich langzaam vult. In mijn ooghoeken zie ik hem op me afstuiven. Hij grijpt me in mijn nek en duwt me ruw richting de deur. Voor ik het weet sta ik op de gang.
‘Zo!’ zegt hij luid, ‘Kom jij maar opnieuw binnen.’
De deur knalt dicht. Onze collega’s lachen zo luid dat ik het door het glas heen kan horen.

2018
Ik heb ervan geleerd. Iedere dag weer probeer ik mijn slechte start in de ochtend te verbloemen. In het OLVG, waar ik parttime leiding mag geven aan een superteam operatieassistenten, is al jaar en dag het eerste uur van de dinsdagochtend gereserveerd voor overleg. Erg effectief als je dat voor de gehele organisatie doet, maar ik zie iedere keer weer op tegen de dinsdag. Het gaat goed hoor, in de vroege ochtend voor zo’n 30 man een werkoverleg voorzitten, maar soms kan ik een grom niet onderdrukken.
Sorry team, ik doe echt mijn best.

LAATSTE BERICHTEN