Het eerste kwartier in het middenkader

Het eerste kwartier in het middenkader
Geplaatst op: 07 november, 2018

Het eerste kwartier in het middenkader

De man achter de balie in de hal van het ziekenhuis wijst naar links. ‘Daar kun je naar boven. De eerste verdieping, naar rechts. Ik zal bellen dat je eraan komt. Succes!’ ‘Dank!’ Iedere trede van de trap brengt me dichter naar de operatieafdeling waar ik voor het eerst van mijn leven leiding ga geven. Mijn maag maakt weeïge draaiingen. Ik druk mijn hand tegen mijn bovenbuik en zucht diep. Hoe zal mijn collega teamleider zijn? Hij is een maand eerder dan ik gestart en is, zo vertelde de HRM functionaris tijdens het arbeidsvoorwaardegesprek, net zo’n groentje als ik. Wat wordt er van ons verwacht? Hoe is het team? De deur van de dameskleedkamer kan alleen met een code geopend worden. Op het moment dat ik weer naar beneden wil gaan, komt er iemand naar buiten. Ze heeft een witte jas over haar OK-pak, laat me binnen en gaat zelf de gang op. De kleine ruimte staat vol lockers. Ik pak een broek en hes uit de open kast en kleed me om. Ik speur in het klompenrek naar een passend paar. MATHILDA. Ik negeer de naam. Ze zal er vandaag wel niet zijn. Er staat een doos mutsen bij de spiegel en ik zet er een mijn hoofd. Bij de deur aan de andere kant van de kleedkamer haal ik nogmaals diep adem en stap dan mijn nieuwe werkplek binnen.

Op een persoon die voor het grote whiteboard staat na, is de brede gang leeg. Ik loop met een uitgestrekte arm op haar af. Het is een van de operatieassistenten die ik leiding ga geven. Nadat we elkaar de hand hebben geschud, brengt ze me naar een kantoor in het midden van de afdeling. Ze duwt me een sein in mijn handen. ‘Zo! Ik ben er klaar mee. Ik ben blij dat je er bent. Als ik jou was zou ik je collega aan het werk zetten. Hij is er nu een maand en heeft alles aan mij over gelaten.’ Ze kijkt me strak aan. Wat betekent die uitdrukking op haar gezicht? Medelijden? Ik druk deze gedachte weg. Waarom zou ze? ‘Ik doe het in ieder geval niet meer.’ Ze draait me haar rug toe en laat me alleen. ‘Sorry.’ Haar excuus is bijna niet hoorbaar.

Overal liggen stappels papier en mappen met ertussen een leeg instrumentennet en enkele steriele disposabels. Mijn god! Is dit mijn werkplek? Waar kan ik die collega vinden? Ik loop de gang weer in. Er gaat een deur open. Een kleine gedrongen vrouw met een stethoscoop om haar nek roept me vanaf een afstand toe. ‘Ben jij die nieuwe teamleider?’ Ze blijft met haar handen in haar zij staan. ‘Zorg dat er voldoende instrumentarium is! We moeten weer een patiënt afzeggen. O, en die stoel moet naar de andere locatie. Daar is een ogenprogramma. Doe wat! Nu!’ Haar houten klompen tikken venijnig op de vloer. Sets? Wat erg; een patiënt afzeggen. Stoel? Bedoelt ze dat logge ding dat op de gang staat? Planning? Het sein in mijn zak piept luid. Verdorie, waar is een telefoon? Mijn hart slaat een slag over. Is dit het spoedsein? Met welk nummer moet ik het opnemen? Zal ik het van me afgooien en weggaan? Ik spreek mezelf even stevig toe en ga op zoek naar de koffiekamer. Aan het einde van de gang tegenover de deur waarachter de anesthesioloog verdween, vind ik de hem. Leeg. Op het moment dat ik me omdraai, hoor ik luid gesnik. Verscholen achter een pilaar midden in de ruimte, zit een medewerkster heftig te snotteren. Ik aarzel even en stap dan op haar af. ‘Dag, ik ben Annerieke.’ Ze kijkt op. Haar ogen en gezicht zijn rood. ‘De, eh nieuwe teamleider,’ zeg ik, onwennig mijn functie noemend. De vrouw veert op en haalt luid haar neus op. ‘Ik trek het niet meer en jij moet me toestemming

geven om naar huis te gaan.’ Haar stem is onverwacht krachtig. Wat moet ik hier mee? De deur klapt open. ‘Zo, ben je er?’ Een robuuste vent met snor en wild haar dat onder zijn pet uit komt, staat voor me. Hij pakt mijn hand en laat me niet meer los. ‘Kom,’ zegt hij en trekt me mee. Ik aarzel en werp een blik naar achteren. Ik voel een duw in mijn rug. ‘Laat gaan, die is gek. Geen aandacht geven dan houdt ze vanzelf op.’

Hij stapelt papier en veegt met zijn onderarm het bureaublad schoon. De chaos op de andere werkplek is nu nog groter. Dan knikt hij tevreden en stelt zich voor. Met WoestHaar moet ik deze turbulente afdeling gaan leiden.

LAATSTE BERICHTEN